 |
Rastafari geloven dat er in een persoon drie lagen mogelijk zijn:
- de dierlijk, met zin passies en intutie,
- de 2e waarmee hij zijn emoties kan beheersen,
- de 3e hiermee kan je met je innerlijke zelf vreedzaam kan omgaan.
Iemand die dit kan wordt gezien als een God, en die mag dan plaats nemen op een troon. Die persoon
werd Keizer Haile Selassie I, ook wel Ras Tafari. Dat betekent leeuwenkop. Dit komt weer
van de leeuw van Judah, die een zeer belangrijke positie inneemt in reggae. Ze zagen hem
dus als een levende god. Haile Selassie betekent drie-eenheid, wat weer terugslaat op die
drie lagen die een persoon kan hebben. |
|
De religieuze zwarte bewustzijnsbeweging 'rastafari' is in 1930 in Jamaica ontstaan,
het is een pure mix van het christelijke en het joodse geloof.
Het ging in het begin om een handje vol dreads in de straten van Kingston. De dreadlocks waren
synoniem voor de rebellie tegen de gangbare normen. De rastafari-beweging komt
voort uit verzet tegen de bestaande samenleving.
De rasta-cultuur wordt gekenmerkt door twee basis doctrines: ten eerste dat
de voormalige Ethiopische keizer Haile Selassi de zwarte gereïncarneerde
verlosser ofwel Christus is en ten tweede dat verlossing alleen mogelijk is
indien men terugkeert naar Afrika (Ethiopië), dat gezien wordt als het
spirituele thuisland van alle zwarten.
De rol van Haile Selassie en Afrika zijn in de loop der tijd geleidelijk
veranderd van een letterlijke betekenis in een meer symbolische betekenis.
Oorzaken hiervoor waren Selassie's dood in 1975 en het besef onder steeds meer
Jamaicanen dat niet al zijn daden zaligmakend waren geweest. Afrika en Ethiopië
worden ook niet meer door alle rasta's als het beloofde land gezien. Rasta
symboliseert veeleer een zwart bewustzijn en het besef dat zwarten niet
inferieur zijn aan het blanke ras.
Aanhangers van de rasta-beweging onderscheiden zich door hun afwijkende
levensstijl en zijn mede door hun opvallende haardracht, de lange gedraaide
haarlokken ofwel dreadlocks, gemakkelijk herkenbaar. De rastafari's zijn
van grote invloed geweest op de ontwikkeling van de immens populaire
Reggae-muziek.
Dreads, de klitlokken, weggewerkt onder een muts of loshangend, zijn het beeldmerk van de rasta.
Eens contrasteerden dreads met het sluike, blonde haar van de blanke onderdrukker.
Op Jamaica schijnt de haardracht nog altijd goed te zijn voor werkloosheid,
elders tooien voetballers, artiesten en 'blowers' zich ermee, meestal maar voor tijdelijk.
Het rastadom is zo breed als het witte christendom (van Amish tot remonstrant) en zeker zo versnipperd.
Aan de ene kant zit de schoolpleinvariant, hippe reggaejeugd met een kek kapsel.
Voor allochtone rasta's, Surinamers, Antillianen, Kaapverdianen, heeft rasta een meer religieuze lading.
Het andere uiterste zijn de Bobodreads, 'orthodoxe', pure rasta's.
De Twelve tribes of Israel zijn meer middle class, liberaler, minder plattelands dan de fundi's, met
gematigder ideeën over voeding, het dragen van dreads (klitlokken), over wie er wel en geen rasta is.
En vrouwen nemen voor hen geen secundaire plek in, anders dan bij de Bobo's die erg op de man zijn georiënteerd.
Ze hebben ook minder moeite met witte rasta's -die voelen zich wel eens gediscrimineerd door zwarten,
terwijl ze naar eigen zeggen 'veel fanatieker' zijn.
Zoals gezegd is het meest opvallende aan het uiterlijk van de Rasta's hun baard en hun haar, de dreadlocks.
Dat zijn de eerste tekenen van hun geloof. Dreadlocks zijn een symbool voor hun status als zwarten, hun natuurlijkheid, eer en waardigheid.
Dit onderscheid de Rasta´s in de weigering om hun natuurlijke leven op te geven.
|