|
In de schoonheids en lichaamsverzorging vinden we een punt van overeenstemming
met de oude Egyptenaren. Net als voor ons nu, was haarverzorging een belangrijk iets voor hun.
Duizenden jaren geleden gaven zij al blijk van onze hedendaagse "bezorgdheid" over kaalheid, dunner
wordende en grijs haar. Ook bij hun stond gezond, weelderig haar gelijk voor jeugdig en sex appeal.
Egyptische kapsels varieerde gedurende de jaren. Bewijs van deze stijlen is vastgesteld door
gevonden pruiken, inscripties, graf scene's en beeldhouwwerken.
Tijdens het Oude Koninkrijk (2649-2134 v.C.) droegen mannen en vrouwen hun haar in korte kapsels of boblijn op kinlengte.
Ergens in het Midden Koninkrijk (2040-1640 v.C.), droegen de vrouwen hun haar / pruik in de 'Hathor'
stijl: halflang haar over de schouders gedragen en gekruld aan het einde.

Mannen droegen volle pruiken op schouderlengte, verschillend van de korte haren van vele mannen uit het Oude koninkrijk.

Tijdens de periode van het Nieuwe Koninkrijk (1550-1070 v.C.) werden de kapsels meer geraffineerder.
Beide sekse droeg hun haar langer. Bloemen en linten werden gebruikt om het vrouwen haar te versieren.
Een populair vooraanstaande vrouwenkapsel was een bijna kaalgeschoren hoofd met uitzondering van een
paar toefjes krullen, een kapsel herkenbaar in die tijd als Nubisch en nu nog steeds.
De late 18e Dynastie (c. 1400 v.C.) leidde een tijdperk in van erg bewerkelijke "barok" mode dat omvangrijke pruiken voortbracht.

De "zak pruik" zag men niet eerder als in de 26e Dynastie (c. 600 v.C.).
SNORREN EN BAARDEN
Mannen waren veeleisend over hun uiterlijk en hun kapsels varieerde van lengte en stijl net zo als die van de vrouwen.
Ook gezichtsbeharing volgde een bepaalde trend.
Snorren waren favoriet in het Oude Koninkrijk, terwijl volle, netjes bijgewerkte baarden mode
waren in het Midden Koninkrijk. Gedurende het Nieuwe Koninkrijk droegen mannen vaak korte sikjes.
JEUGD
Een kinder haarstijl als eerst gezien in het Oude Koninkrijk, welke werd beschouwd als een kenmerk van jeugd voor jongens en meisjes tot aan
het eind van de Farao geschiede- nis (323 n.C.), was de "zijlok van jeugd" een compleet geschoren hoofd met een lange lok aan de linkerkant van het hoofd,
welke samengebonden of gevlochten was en soms versierd.

Deze "S" gevormde zijlok deed dienst als het hiëroglifisch symbool voor kind of jeugd.
Deze stijl werd gedragen door jongens en meisjes tot aan de pubertijd.
Een voorbeeld van deze stijl is ook te zien bij de afbeelding van de god Harpocrates
De zijlok is ook te zien bij de dochters van Akhenaton en Nefertiti; hun haarstijl geeft een indicatie van ontwikkeling in leeftijd en
informeert ons over een tijdsperiode.
Jonge meisjes, ook toen al het meest geïnteresseerd in mode, droegen hun haar kort of soms met paardenstaart
in het midden van het achterhoofd.
Het eind van die staart was natuurlijk gekruld of krullend gemaakt.
(Een gereedschap is gevonden dat verdacht veel op een krultang leek.) Als een flip niet aan het eind gewenst was
, werd de paardenstaart mogelijk met een versiering of metale schrijf verzwaard
Haar was een populaire plaats voor versieringen en amuletten; kleine visjes, in het bijzonder werden vastgemaakt
in het haar van kinderen, misschien om ze te beschermen tegen de gevaren van de nijl.
In het oude Egypte schijnt alles doordacht te zijn, ook in de kapsels. Aan de haardracht kon men ook de politieke betekenis van
de koninginnen zien.
PRUIKEN
Pruiken en haar-extensions waren erg populair. Soms werden de pruiken over het eigen geplaatst: afbeeldingen
laten vaak een glimp van het eigen haar zien dat van onder de pruik uitpiekt.
Veel mannen en vrouwen gaven er de voorkeur aan om hun hoofd kaal te scheren, en pruiken te dragen.
Priesters, die er een strenge code van zindelijkheid naleefde, werden vaak afgebeeld met perfect
kale hoofden. Het geschoren hoofd had verschillende bedoelingen: het was comfortabeler in het warme klimaat, gemakkelijker in onderhoud
en hoofdluis werd zo makkelijker vermeden.
Pruiken pasten ook beter als het eigen haar eraf was, maar het kale uiterlijk opzicht is nooit een algemeen populaire stijl voor de vrouwen geweest.
Maar wat wel of niet gedragen werd in de besloten huiselijke kring zullen we nooit weten.
Pruiken hadden ook een sensuele betekenis, wat gebaseerd is op regelmatige verwijzingen in Egyptische gedichten.
Pruiken waren erg populair bij de hogere en midden klasse, de rijkere hadden waarschijnlijk een grotere collectie
pruiken. Een pruikenmakers werkplaats is ontdekt in de Tempel van King Mentuhotep bij Deir el-Bahri.
Pruiken werden gemaakt door kappers of pruiken specialisten, een van de beroepen voor Egyptische vrouwen.
Omdat pruiken ook noodzakelijk beschouwd werden voor in het hiernamaals, werden ze begraven in de graven, sommigen ingepakt
in speciale pruikenkisten. Aardig wat pruiken zijn bewaard gebleven, vooral uit het Nieuwe Koninkrijk
Pruiken varieerden in kwaliteit (en waarschijnlijk ook in prijs). De beste pruiken werden helemaal gemaakt van echt mensenhaar.
Anderen, waarschijnlijk in de midden klasse, hadden planten fibers verstrengeld met het haar. De goedkoopste en zeker de minst
realistische waren helemaal van plantaardige fibers.
Hoewel pruiken afgebeeld in kunstwerken herkenbaar waren als dat, zag het er realistisch uit. Het ideaal van een goede pruik was dat het er
uit moest zien als echt, maar dan beter.
VERZORGING
De verzorging van het eigen haar werd ook serieus genomen. We weten dat de Egyptenaren hun haar schoon hielden alleen
weten we niet met welke regelmaat. Haarkammen zijn gevonden in vroegere graven. Zowel enkel als dubbelzijdige kammen, gemaakt van hout of been
zijn gevonden. Een brede variatie van overlevende formules tonen aan dat het voorkomen van kaalheid en grijs haar, tekenen van ouderdom, serieus
werd genomen. Net als nu verlangde ze erna om een jeugdig uiterlijk zo lang mogelijk te bewaren.
Egyptische afbeeldingen geven constant glanzend zwart haar weer. Geen andere kleur wordt afgebeeld behalve in associatie met vreemdelingen.
(Aziatische mannen in het bijzonder werden meestal afgebeeld met gezichtsbeharing en bruin haar, waarschijnlijk om te tonen hoe weinig ze zich
aanpasten naar de Egyptische schoonheids normen).
Ook al zijn de afbeeldingen consequent dat wil niet perse betekenen dat iedereen perfect gitzwart haar bezat,
maar het geeft zeker een aanwijzing over wat hun ideale schoonheids normen waren.
De medische geschriften uit die tijd bevatten verschillende formules om zwart haar te onderhouden en grijs haar te vermijden.
Een zalf gemaakt van het uitgeperste sap van jeneverbessen werd gebruikt om het haar donker te maken.
Een bruin poeder, ontdekt in een pruiken werkplaats, was waarschijnlijk haarverf.
Wie weet? Misschien was dit ook wel een reden om pruiken te dragen, als het haar niet zwart, dik genoeg was, was een
pruik een goede oplossing.
Het is niet dat alle Egyptenaren berustte in het kaler worden, er waren vele actuele aanbevelingen om de haargroei te stimuleren.
Gehakte sla lapjes werden op de kale plekken gelegd om de haargroei te stimuleren.(Buiten het eventuele wel of niet genezende effect
dat dit had, werd sla ook in verband gebracht met Min, de Egyptische God van de mannelijkheid).
Een andere formule is feitelijk gelijk aan een gebruikt in de moderne aroma therapie.
Sparrenboom hars werd gebruikt tijdens een hoofd massage om de haargroei te stimuleren. Het is niet aannemelijk dat de doorsnee persoon in staat is om
deze oude formule precies na te maken. Dit omdat door de eeuwen heen de methodes om aromatische extracten te verkrijgen veranderd is.
Moderne extracten worden verkregen door stoom distillatie, een proces wat niet in gebruik was tot aan de 10e eeuw.
De Egyptenaren hadden handmatige technieken, dus gebruikte ze de dennen hars zelf of maakte ze een aftreksel (een sterke thee)van de naalden.
Tenzij je een sparrenbos tot je beschikking hebt is het onaannemelijk dat je toegang hebt tot de pure hars.
Moderne aromatherapie distilleerd de olie uit de naalden en jonge takjes, het wordt nu vooral gebruikt bij ademhalings problemen.
Rozemarijn olie is ten heden dagen meer in gebruik voor haargroeistimulatie. Ook kan men er in donker haar wat lichteffecten mee maken.
De volgende formule kan gebruikt worden om de haargroei te stimuleren of gewoon om de structuur van het haar te verbeteren.
Amandelolie en wonderolie zijn de plantaardige oliën die gebruikt werden door de Egyptenaren.
Wonderolie is veel gebruikt als haargroeimiddel maar heeft een erg klevige structuur door het met amandelolie te mengen verbeterd het
aroma en wordt de olie gladder en makkelijker in gebruik.
Zoals in andere beschavingen was de verschijning van het haar nogal belangrijk niet alleen voor het visuele effect
, maar ook om het erotisch symbolische effect. Mannen en vrouwen droegen pruiken ven echt haar bij feestelijke gelegenheden,
maar hielden ook hun eigen haar in goede conditie. Potjes met wat lijkt op 'versteviging' zijn gevonden met daarin een mengsel van
bijenwas en hars. Deze waren remedies tegen kaalheid en vergrijzing van het haar.
Tegen vergrijzing werd bloed van een zwarte os of kalf gekookt in olie om de zwartheid van het dier over te brengen op het grijze haar.
Ook werd van de zwarte hoorn van een antilope een zalf gemaakt ter voorkoming van grijs haar.
Deze hulpmiddelen zijn enigszins meer aangenaam dan die van de 'rotte ezellever gedompeld in olie', ook al hadden ze allemaal hetzelfde effect.
Meer doeltreffender zou een zalf van jeneverbes met nog twee ongeïdentificeerde planten vermengd met olie en daarna verhit, zijn geweest.
De natuurlijke kleurstof in de planten zou afgeven op het haar, en de samentrekkende eigenschap van de jeneverbes zou de hoofdhuid stimuleren.
Om het haar te laten groeien werd gehakte sla op de kale plekken gelegd, als de kaalheid na ziekte kwam werd het hoofd ingesmeerd met gelijke delen
dennenolie en een andere olie of vet.
Parfums en oliën werden ook vaak gebruikt, ze werden meestal in een kegelvorm gedaan die boven op de pruik werd
geplaatst in het begin van de dag. Door de warmte van de zon smolt de vorm en het parfum verspreide zich zo over
de pruik. Een andere manier was bloemen in dierlijk vet te dippen en die samen te drukken. Die bloemen werden dan
als een krans om het hoofd gedragen waarbij, als de temperatuur steeg, het vet op hun gezicht lekte en zo de huid beschermde
tegen uitdrogen gedurende de dag
Slechte haardagen bestaan al eeuwen lang, maar de oude Egyptenaren waren vindingrijk in het bedenken van oplossingen.
Een recent gevonden mummie uit ca 3500 v.C. had dreadlocks (de meeste hebben haar maar dat ligt meestal dicht tegen de schedel aan door
de omwikkeling van linnen doeken).
Wetenschappelijke studie heeft uitgewezen dat henna ook al gebruikt werd 3400 v.C. om het grijs te bedekken bij dit voornamelijk zwartharige volk.
Papyrus documenten geven ons ook inzicht in hoe ze kaalheid probeerde te voorkomen. Een recept heeft het over het vet van een leeuw, nijlpaard
krokodil, kat, slang en geit. Deze moesten gemengd worden waarna men het kale hoofd ermee moest insmeren.
VERSIERINGEN
Van het begin der tijden hebben de mensen hun haar versierd. Een diadeem van goud, turkoois, granaat en malachieten kralen is gevonden op een
Egyptisch lichaam uit 3200 v.C.. Een andere diadeem met wel honderd gouden staafjes die vastzat aan de lokken van een pruik,
is gevonden tussen de sieraden van een Midden Koninkrijkse prinses. Het gewicht moet haar hoofd- bewegingen wel beperkt hebben
Diegene met een lagere status deden het met simpelere en goedkopere haar accessoires, zoals haarbanden van bladeren en bessen die
eenvoudig vastgebonden werden op het achterhoofd.
Ze konden gemaakt zijn van echte bloemen en bladeren welke vastgenaaid werden op
een papyrus achtergrond, zoals gevonden onder de spullen van Koning Tutankhamun, of van steen ingelegd in een plantenvorm.
De afgebeelde diadeem werd gewoonlijk aangemeten op een pruik met lange vlechten, welke elk werden vastgemaakt aan kleine gouden ringetjes.
Het heeft de vorm van een platte band van massief goud, gedecoreerd met een slangenfiguur (uraeus) en rozetten.
Zij zijn beide versierd met lapis lazuli, roestbruin en groene aardewerk. De ogen van de slangenfiguur zijn van granaat vastgezet in een gouden rand.
Uit Midden Koninkrijk, 12e Dynastie
|