| ROMEINEN |
VROUWENTijdens de Republiek (509-27) was het kapsel van vrouwen eenvoudig. Het haar had een middenscheiding en werd samengehouden door een simpele knot in de nek. Frivolere kapsels werden beschouwd als ongepast voor getrouwde vrouwen.Daarna vertoonde ze een grotere belangstelling voor het kapsel. Vrouwen vonden hun kapsels en sieraden belangrijker dan hun kleding.
Wanneer vrouwen in het huwelijk traden, bonden ze hun haren samen in zes grote delen met nieuwe linten en
knoopten die vast boven op het hoofd.
Soms werd het gestrengde kapsel opgesierd met enkele krulletjes op het voorhoofd. Of men waagde het zelfs enkele krulletjes te laten hangen langs de wangen.
Van gehuwde vrouwen hing het kapsel af van de heersende mode of persoonlijke smaak.
![]() In de Augusteïsche periode werd het Republikeinse kapsel uitgebreid met een centraal motief.
![]()
In de tijd van de Flaviërs (69-96) kwam de mode van de hoge kapsels in zwang, waarbij
het haar in een halve cirkel werd opgemaakt en in talloze kleine krulletjes naar
beneden viel. In zo'n kapsel werd ook vals haar verwerkt.
De kapper krulde, verhoogde, bedwong elke haarplooi. Hoe ingewikkelder, hoe mooier.
Veel slaven die bekwaam waren in de kunst van het kappen waren nodig voor deze bewerkelijke kapsels. Wanneer men oog heeft voor het precisiewerk van deze coiffures, begrijpt men dat de meesteres haar slavin soms vreselijk strafte, wanneer één krulletje verkeerd lag.
Pruiken, haar verven en pommades waren zowel bij mannen als vrouwen in gebruik. Bij vrouwen was vooral blond haar in trek, dat in grote hoeveelheden uit Germanië werd ingevoerd (tegen ongehoord hoge prijzen).
De oudste Romeinen hechtten weinig belang aan het haarkapsel. Romulus had naar verluidt zelfs haren tot op de schouders. Pas toen de barbier courant werd in Rome, lieten de Romeinen hun haren knippen.
De jonge Romein spaarde aan zijn eerste baard
tot deze zijn wangen en zijn kin bedekte. Dan werd hij afgeschoren en aan de
beschermgoden van het huis geofferd: de gelegenheid om een groot feest te
bouwen! Na dit heuglijke feit kweekte men een klein baardje dat met zorg
gekoesterd werd tot, rond de veertig, de eerste grijze haren verschenen. In een
eerste fase ging men die te lijf met een pincet maar als ze te talrijk werden,
schoor men de baard volledig af.
Constantijn verkoos dan weer glad geschoren te zijn en daarom keerde men terug tot de situatie van vóór Hadrianus. Wie in de rouw was of in een proces verwikkeld was, werd verondersteld er vuil en slordig uit te zien:
verwilderde haren, borstelige baard en vuile kleren (toga pulla of sordida)...
|